- Home
- >
- Windmolen De Korenbloem
- >
- Soorten windmolens
Welke soorten windmolens zijn er?
Windmolens vormen het ultieme symbool van de Nederlandse strijd tegen het water en de vindingrijkheid van de vroege industrie. In het uitgestrekte, vlakke landschap waar de wind vrij spel heeft, werden deze ingenieuze machines eeuwenlang ingezet om polders droog te malen, graan tot meel te verwerken en boomstammen tot planken te zagen. De architectuur van de Nederlandse windmolen is door de tijd heen steeds verder verfijnd, waarbij de zware houten of stenen rompen werden ontworpen om de enorme krachten van de draaiende wieken op te vangen en om te zetten in mechanische energie.
Het hart van de windmolen is de bovenas met het indrukwekkende wiekenkruis, dat door de molenaar nauwkeurig op de wind wordt gericht. Dit proces van het draaien van de kap of de gehele molen, ook wel kruien genoemd, vereist diepgaande kennis van de meteorologie en het mechaniek. De wieken zijn vaak voorzien van zeilen die afhankelijk van de windsterkte kunnen worden uitgerold of ingekort, waardoor de molenaar de snelheid van de maalstenen of het waterwiel onder alle omstandigheden beheersbaar houdt.
Binnenin de molen bevindt zich een complex stelsel van houten tandwielen en assen die de horizontale beweging van de wieken vertalen naar een verticale aandrijving. In de diepe polders drijven deze molens vaak een vijzel of een scheprad aan om het overtollige water naar de boezem te verplaatsen, terwijl ze in de steden en dorpen de spil vormden van de voedselvoorziening. Vandaag de dag zijn de overgebleven molens niet alleen historische monumenten, maar ook levende getuigen van een tijd waarin Nederland zijn welvaart en veiligheid letterlijk uit de lucht wist te oogsten.
Soorten watermolens
Wil je meer weten over alle soorten windmolens die in Nederland voorkomen, kijk dan bij de soorten watermolens die op deze website staan beschreven.
De standerdmolen
De standerdmolen is het oudste type windmolen in de Lage Landen en valt direct op door zijn karakteristieke, krachtige silhouet. In tegenstelling tot latere molentypes waarbij alleen de kap draait, rust bij dit type het gehele molenlichaam op een zware verticale houten spil. Deze spil wordt de standerd genoemd en vormt het onwrikbare hart van de constructie. De kast van de molen, waarin zich het volledige maalmechanisme bevindt, is om deze centrale as gebouwd en balanceert met een indrukwekkende precisie op de kop van de paal.
Om de wieken optimaal op de wind te kunnen richten, moet de molenaar het volledige bouwwerk in zijn geheel ronddraaien. Dit gebeurt met behulp van de staartbalk die aan de achterzijde uit de kast steekt en tot vlak boven de grond reikt. Door kracht te zetten op deze balk draait de massieve houten kast traag maar gestaag om zijn as. Het gewicht van de kast wordt hierbij ondersteund door een vernuftig stelsel van schuine steunbalken onderaan de standerd, die de enorme druk opvangen en verdelen over een horizontaal kruisvormig fundament.
Binnenin de houten ombouw bevindt zich een wereld van ingenieuze techniek uit vervlogen tijden. De draaiende beweging van de wieken wordt via de bovenas overgebracht naar het grote vangwiel, dat op zijn beurt de rondsels en de zware molenstenen aandrijft. Omdat de ruimte beperkt is, zijn de verschillende zolders compact ingericht om zowel het graan als de meelzakken efficiënt te kunnen verwerken. De geur van versgemalen graan en het ritmische gekraak van het werkende hout geven de standerdmolen een levendig karakter dat herinnert aan eeuwen van ambachtelijke innovatie.
De wipstellingmolen
De wipstellingmolen is een zeldzame en fascinerende tussenvorm in de molenarchitectuur die de kenmerken van een wipmolen combineert met de hoogte van een stellingmolen. Bij dit type molen rust de typische, vaak kleurrijke bovenkast op een hoge, dichte onderbouw die boven de omliggende bebouwing of bomenrijen uitsteekt. Om de molen op deze hoogte te kunnen bedienen, is er rondom het midden van de constructie een houten omlopen of stelling aangebracht. Vanaf dit platform kan de molenaar veilig de wieken bereiken om de zeilen te leggen en de kast met de staartbalk op de wind te kruien, zonder dat hij vanaf de grond hoeft te werken.
De constructie van de wipstellingmolen maakt optimaal gebruik van de verticale ruimte, waarbij de onderbouw vaak dienst doet als pakhuis, werkplaats of zelfs als ruime woning. In tegenstelling tot de gewone wipmolen, die vaak in het open polderland staat om water te verzetten, werd de wipstellingmolen vaker in een meer bebouwde omgeving ingezet voor industriële doeleinden zoals het malen van koren. De holle koker die door het hart van de molen loopt, blijft ook hier de cruciale verbinding vormen tussen de draaiende bovenas en het maalmechanisme diep in het gebouw.
Het resultaat is een indrukwekkend bouwwerk dat door zijn gestapelde opbouw een zeer statige indruk maakt in het landschap. De overgang van de brede, stenen of houten onderbouw naar de smalle taille bij de stelling, bekroond met de karakteristieke wipkast, toont de vindingrijkheid van de molenbouwers die zochten naar maximale windvang in een beperkte ruimte. Hoewel er in Nederland nog maar zeer weinig exemplaren van dit type bewaard zijn gebleven, blijven ze een uniek voorbeeld van hoe verschillende molentechnieken samenvloeien tot één harmonieus geheel.
De spinnenkop
De spinnenkopmolen is een charmante en relatief kleine poldermolen die in het Nederlandse landschap, en dan met name in Friesland, een bescheiden maar belangrijke rol speelt. Hoewel hij qua constructie sterk doet denken aan een miniatuurversie van de wipmolen, heeft hij een heel eigen karakter door zijn compacte verhoudingen. De naam van de molen is ontleend aan het uiterlijk van het geheel, waarbij de kleine vierkante bovenkast als een kop rust op een piramidevormige onderbouw die met zijn schuine hoekstijlen doet denken aan de poten van een spin.
Het hart van deze molen wordt gevormd door een houten koker die verticaal door de constructie loopt en de bovenkast verbindt met de vaste voet. Omdat de kast waarin de wieken draaien klein en licht is, kan de molenaar deze eenvoudig met de hand op de wind kruien zonder dat daar een zwaar rad voor nodig is. De kracht van de wind wordt via de koningsspil in de koker naar beneden geleid om een vijzel of een klein scheprad aan te drijven. Hiermee is de spinnenkop uitermate geschikt voor het bemalen van kleinere polders of individuele boerenpercelen waar een grote molen te kostbaar of onnodig zou zijn.
De onderbouw van de spinnenkop is meestal gedekt met riet of houten delen en staat vaak op een gemetselde fundering vlak langs de waterkant. Ondanks het geringe formaat is de techniek binnenin van een verbazingwekkende kwaliteit, waarbij elk onderdeel nauwkeurig is afgestemd op de beperkte ruimte. Deze molentjes vormen vaak een schilderachtig middelpunt in het vlakke weideland en getuigen van een tijd waarin zelfs de kleinste watergangen met de kracht van de wind werden beheerst.
De weidemolen
De weidemolen is het kleinste en meest eenvoudige type windmolen dat in de uitgestrekte Nederlandse polders te vinden is. In tegenstelling tot zijn grotere familieleden is dit molentje volledig ontworpen voor zelfstandigheid en efficiëntie op kleine schaal. Het meest opvallende kenmerk is de grote windvaan aan de achterzijde van de compacte behuizing, die ervoor zorgt dat de molen zichzelf automatisch op de wind richt zonder dat de menselijke hand van een molenaar eraan te pas komt.
De gehele constructie is vaak uitgevoerd in hout en rust op een bescheiden onderbouw, waarbij de wieken een relatief kleine spanwijdte hebben. De kracht die door de wind wordt opgewekt, wordt direct overgebracht op een kleine centrifugaalpomp of een eenvoudig scheprad dat onder in de molen is gemonteerd. Hierdoor is de weidemolen bij uitstek geschikt voor het verplaatsen van water tussen sloten op individuele percelen, waardoor boeren hun land droog kunnen houden zonder dat zij constant de windrichting in de gaten hoeven te houden.
Dankzij hun geringe afmetingen en lichte gewicht kunnen deze molentjes soms zelfs verplaatst worden naar de plek waar de noodzaak voor bemaling op dat moment het grootst is. Vaak zijn ze geschilderd in ingetogen kleuren zoals donkergroen of grijs, waardoor ze op een natuurlijke manier opgaan in het grazige landschap vol vee. Hoewel ze minder imposant zijn dan de grote korenmolens, blijven ze een onmisbaar en karakteristiek onderdeel van het agrarische erfgoed in de waterrijke regio’s.
De paltrokmolen
De paltrokmolen is een uniek en imposant industrieel bouwwerk dat speciaal is ontworpen voor het zagen van hout. In tegenstelling tot de meeste andere molentypes draait bij de paltrok niet alleen de bovenkap of de kast, maar roteert de gehele houten molenromp inclusief de zijvleugels op een gemetselde ringmuur. Dit hele gevaarte rust op een stalen ring met tientallen rollen, waardoor de molenaar de enorme constructie met de wind mee kan draaien om de maximale kracht uit de wieken te halen. De molen heeft een opvallend asymmetrisch uiterlijk door de brede uitbouwen aan de zijkanten, die de zaagsleeën en de lange boomstammen beschermen tegen de weersinvloeden tijdens het werk.
Het binnenwerk van de paltrokmolen is een technisch meesterwerk waarbij de draaiende beweging van de bovenas via een krukas wordt omgezet in een verticale zaagbeweging. Hierdoor gaan de zaagraamframes met grote kracht op en neer, terwijl de boomstammen langzaam door de molen worden gevoerd om tot planken te worden verwerkt. De molen staat meestal laag bij het water op een zogenaamde molenwerf, zodat de boomstammen via een helling eenvoudig uit het water omhoog getrokken kunnen worden naar de zaagvloer. Door deze directe ligging aan het water konden de zware stammen gemakkelijk worden aangevoerd en de gezaagde planken weer over het water worden getransporteerd.
De naam van de molen verwijst naar de ‘paltrok’, een lang kledingstuk dat door de Paltsers werd gedragen en een vergelijkbare wijde vorm zou hebben als de romp van de molen. Ooit waren deze zagen-op-windkracht een vertrouwde verschijning, met name in de Zaanstreek waar ze de basis legden voor de bloeiende scheepsbouw in de Gouden Eeuw. Tegenwoordig zijn er nog maar enkele exemplaren van dit type bewaard gebleven, die met hun karakteristieke zwarte houten wanden en hun indrukwekkende breedte een krachtig monument vormen voor de vroege Nederlandse industrie.
De torenmolen
De torenmolen is een van de meest robuuste en indrukwekkende molentypes die de Nederlandse geschiedenis rijk is. Dit type molen is direct herkenbaar aan zijn massieve, cilindrische romp die volledig uit baksteen of natuursteen is opgetrokken en van onder tot boven nagenoeg even breed blijft. Deze zware stenen constructie werd in het verleden vaak gebouwd als onderdeel van stadsmuren of verdedigingswerken, waardoor de molen niet alleen een industriële functie had, maar ook een strategisch voordeel bood door zijn onverwoestbare karakter.
In tegenstelling tot de eerdere houten molens draait bij een torenmolen alleen de houten kap op de wind. Het mechanisme om deze zware kap te draaien bevindt zich bij de oudste types vaak binnenin de molen, wat een technisch hoogstandje was voor die tijd. De dikke muren bieden binnenin een enorme stabiliteit, wat essentieel was voor het opvangen van de krachten die vrijkwamen bij het malen van graan of het slaan van olie. Vanwege de grote muurdikte zijn de vensternissen vaak diep in de romp weggezonken, wat de molen een burchtachtig uiterlijk geeft.
De torenmolen staat bekend om zijn lange levensduur en is door de eeuwen heen vaak de enige getuige gebleven van verdwenen stadspoorten of vestingwerken. Het silhouet van de molen steekt krachtig af tegen de lucht en straalt een onverzettelijkheid uit die past bij zijn middeleeuwse oorsprong. Hoewel er in Nederland nog maar een klein aantal van deze stenen reuzen overeind staat, blijven ze een fascinerend voorbeeld van hoe architectuur en techniek samensmolten tot een monumentaal geheel.
De ronde stenen grondzeiler
De ronde stenen grondzeiler is een statige verschijning die naadloos oprijst uit het open Nederlandse landschap. Dit type molen dankt zijn naam aan het feit dat de wieken zo laag bij de grond draaien dat de molenaar de zeilen direct vanaf de aarde op de roeden kan leggen. Omdat de molen geen verhoogde stelling of belt nodig heeft, staat de molenaar letterlijk met zijn voeten op de grond terwijl hij de kracht van de wind bedwingt. De romp is volledig opgetrokken uit bakstenen en loopt naar boven toe taps toe, wat de constructie een enorme stabiliteit geeft om de krachten van de draaiende bovenas op te vangen.
De stenen buitenkant is vaak witgepleisterd of zwart geteerd om het metselwerk te beschermen tegen de zilte zeelucht en de regen. Bovenop de romp rust de houten kap, die door de molenaar met behulp van de staartbalk op de wind kan worden gekruid. Omdat de molen vaak op een open plek staat waar de wind vrij spel heeft, is de ronde vorm ideaal om de luchtstromen vanuit elke richting optimaal te benutten. Binnenin de dikke muren is de ruimte verdeeld in verschillende zolders waar het graan wordt opgeslagen en gemalen, of waar bij poldermolens het water naar een hoger niveau wordt getransporteerd.
De charme van de grondzeiler ligt in zijn eenvoud en de directe verbinding met de elementen. Het ritmische suizen van de wieken vlak boven het gras creëert een indrukwekkend schouwspel dat generaties lang het beeld van het platteland heeft bepaald. Deze molens zijn niet alleen functionele werktuigen, maar ook robuuste bakens die al eeuwenlang standhouden tegen de wispelturige winden.
De ronde stenen beltmolen
De ronde stenen beltmolen is een indrukwekkend bouwwerk dat letterlijk boven het landschap uitgetild wordt door een kunstmatige heuvel van aarde. Deze heuvel, die in molenaarstermen de belt of de berg wordt genoemd, omringt de voet van de stenen romp en dient als een natuurlijk werkplatform. Omdat de molen op deze verhoging staat, vangen de wieken meer wind dan bij een molen die direct op het maaiveld is gebouwd, wat de efficiëntie van het maalproces aanzienlijk verhoogt. De molenaar kan dankzij de belt veilig rond de molen lopen om de wieken te bedienen, de zeilen te leggen en de kap met de staart op de wind te kruien.
Een bijzonder functioneel aspect van de beltmolen is de aanwezigheid van een of meerdere inrijpoorten aan de voet van de molen. Deze poorten leiden naar een doorgang onder de belt door, waardoor boeren met hun paard en wagen tot midden in de molen kunnen rijden om graan af te leveren of meel op te halen. De stenen romp zelf is robuust en taps toelopend gebouwd, wat voldoende stevigheid biedt om de zware maalstenen en het draaiende mechanisme op de bovenliggende zolders te dragen. Door de verhoogde ligging heeft de beltmolen vaak een zeer dominante en karakteristieke aanwezigheid in het dorp of het open veld.
De combinatie van het metselwerk en de begroeide aarden wal geeft de molen een organische uitstraling, alsof het bouwwerk verankerd is in de grond. Binnenin de dikke muren is de temperatuur constant, wat gunstig is voor de opslag van producten. Tegenwoordig vormen deze molens vaak een markant middelpunt in historische kernen, waarbij de belt niet alleen een technisch hulpmiddel is, maar ook een geliefd element dat de molen zijn unieke, monumentale statuur verleent.
De ronde stenen stellingmolen
De ronde stenen stellingmolen is een imposante verschijning die vaak hoog boven de daken van een stad of dorp uittorent. Het meest typerende kenmerk van deze molen is de houten omloop of stelling die halverwege de stenen romp is aangebracht. Deze stelling is noodzakelijk omdat de molen zo hoog is gebouwd dat de molenaar vanaf de grond de wieken niet meer kan bereiken om de zeilen te leggen of de kap op de wind te kruien. Door de extra hoogte vangt de molen boven de bebouwing en de bomen veel meer wind, wat cruciaal was voor een constante productie in een drukke stedelijke omgeving.
De romp van de molen is opgetrokken uit stevig baksteen en loopt naar boven toe licht taps toe, wat zorgt voor een elegante maar uiterst stabiele constructie. Binnenin biedt de omvangrijke stenen toren ruimte aan talrijke zolders waar verschillende processen plaatsvinden, zoals het opslaan van zakken graan, het wegen van het meel en het eigenlijke maalproces tussen de zware molenstenen. Omdat de molen vaak als korenmolen diende, bevinden de onderste verdiepingen zich meestal onder het niveau van de stelling, waardoor er voldoende opslagruimte is voor de aan- en afvoer van goederen.
Vanaf de stelling heeft de molenaar een weids uitzicht over de omgeving, maar het platform dient in de eerste plaats als een veilige werkplek op grote hoogte. Met behulp van het kruirad en de staartbalk die tot op de stelling reikt, kan de loodzware kap met de wieken nauwkeurig in de juiste windrichting worden gemanoeuvreerd. De combinatie van de robuuste stenen voet en de ranke houten stelling maakt dit type molen tot een technisch meesterwerk dat nog altijd symbool staat voor de bloeiende Nederlandse handelsgeest van weleer.
De achtkante binnenkruier
De achtkante binnenkruier is een technisch hoogstandje uit de Nederlandse molenbouw dat vooral bekendheid heeft gekregen door de grote poldermolens in Noord-Holland. Het meest opvallende uiterlijke kenmerk is het ontbreken van de staartbalk aan de achterzijde van de kap, waardoor de molen een strak en gesloten silhouet krijgt. De imposante houten romp is meestal met riet gedekt en rust op een stevige gemetselde voet. In tegenstelling tot de buitenkruier vindt het kruien, oftewel het op de wind zetten van de wieken, volledig binnen in de kap van de molen plaats.
Om de kap te draaien, bevindt zich bovenin een vernuftig mechanisme dat door de molenaar met de hand wordt bediend. Door middel van een groot kruirad en een stelsel van tandwielen en rondsels wordt de zware kap over een houten of ijzeren rollenwagen verschoven. Dit proces vereist aanzienlijke spierkracht en vakmanschap, aangezien de molenaar vanuit de kap moet inschatten of de wieken precies goed in de wind staan. Omdat er geen staart aan de buitenkant hangt, is de molenaar beter beschermd tegen de weersinvloeden tijdens het kruien, wat vooral gunstig was tijdens zware stormen op de open polders.
Het binnenwerk van deze molens is vaak kolossaal uitgevoerd om de enorme krachten van de wind over te brengen naar de vijzel of het scheprad. De houten achtkantstijlen die de romp vormen, zijn onderling verbonden door zware balken en kruisen die de stabiliteit van de constructie waarborgen. Deze molens fungeren als krachtige watermachines die eeuwenlang de waterhuishouding van de diepe polders hebben gereguleerd. Met hun dichte, robuuste kap en de rietgedekte zijvlakken vormen ze een onverwoestbaar symbool van de strijd tegen het water in een landschap waar de wind vrij spel heeft.
De zes- of achtkante stellingmolen
De zes- of achtkante stellingmolen is een imposant houten bouwwerk dat dankzij zijn hoogte en elegante constructie vaak het silhouet van een historisch stadsgezicht domineert. De basis van deze molen bestaat uit een indrukwekkend zeskantig of achtkantig houten skelet van zware balken, dat meestal is bekleed met riet of houten planken om het binnenwerk te beschermen. Omdat deze molens vaak in dichtbebouwde gebieden staan, zijn ze op een hoge stenen onderbouw geplaatst om boven de daken en bomen uit te steken en zo vrije windvang te garanderen.
Het meest kenmerkende onderdeel is de houten omloop of stelling die op aanzienlijke hoogte rondom de romp is aangebracht. Deze galerij dient als werkplatform voor de molenaar, die vanaf deze positie de zeilen op de wieken kan leggen en de molen met de staartbalk op de wind kan kruien. Zonder deze stelling zou het voor de molenaar onmogelijk zijn om bij het mechaniek en de wieken te komen, aangezien de kap zich vele meters boven het maaiveld bevindt. De stelling geeft de molen bovendien zijn karakteristieke, ranke uiterlijk dat breekt met de massieve vorm van de romp.
Binnenin de molen biedt de grote hoogte ruimte aan een aanzienlijk aantal zolders, waardoor er veel plaats is voor de opslag van graan en de verwerking van meel. De enorme houten stijlen die de hoeken van de molen vormen, vangen de trillingen van het draaiende mechaniek op en geven het gebouw een zekere mate van flexibiliteit tijdens zware stormen. Door de combinatie van functionele hoogte, technisch vernuft en de warme uitstraling van het rietdek blijft de achtkante stellingmolen een van de meest gewaardeerde iconen van de Nederlandse molenbouw.










