- Home
- >
- Romeinse watermolens en slavernij
Romeinse watermolens en slavernij
De wijdverbreide toepassing van de watermolen in het Romeinse Rijk werd eeuwenlang vertraagd door een complexe wisselwerking tussen technologie, economie en sociale structuur. Hoewel de Romeinse ingenieurs, zoals de architect Vitruvius al in de eerste eeuw voor Christus beschreef, de technische kennis bezaten om geavanceerde watermolens te bouwen, bleef de daadwerkelijke implementatie ervan lange tijd beperkt tot specifieke locaties. De voornaamste reden hiervoor was de alomtegenwoordigheid van slavernij, die fungeerde als de motor van de antieke economie en daarmee onbedoeld technologische innovatie op het gebied van arbeidsbesparing remde.
Zolang de Romeinse legioenen succesvol nieuwe gebieden veroverden, stroomden er duizenden krijgsgevangenen het rijk binnen die als goedkope arbeidskrachten op de markt kwamen. Voor grootgrondbezitters en molenaars was de keuze tussen menselijke spierkracht en waterkracht hierdoor snel gemaakt. Een watermolen vereiste een aanzienlijke investering vooraf, waaronder de constructie van dammen, sluizen en kostbare mechanische onderdelen zoals tandwielen. Daartegenover stond de aanschaf van slaven, wat een relatief lage initiële kostenpost was en waarvoor de infrastructuur, zoals eenvoudige hand- of rosmolens, al aanwezig en goedkoop was. Zolang de “brandstof” voor deze menselijke machines goedkoper was dan de rente op de investering van een watermolen, bleef de economische prikkel voor mechanisatie uit.

Daarnaast bood de inzet van slaven een flexibiliteit die watermolens niet konden evenaren. In het mediterrane klimaat waren rivieren vaak onbetrouwbaar; ze konden in de zomer opdrogen of in de winter buiten hun oevers treden, waardoor een watermolen periodiek stilstond. Slavenarbeid was daarentegen niet seizoensgebonden en kon overal worden ingezet, ongeacht de locatie van een waterstroom. Bovendien heerste er onder de Romeinse elite een mentaliteit waarin fysieke arbeid werd gezien als iets voor de lagere klassen, waardoor er weinig prestige te behalen viel met het efficiënter maken van productieprocessen. Het doel was vaak niet maximale efficiëntie per uur, maar het bezighouden van de grote massa onvrije mensen om sociale onrust te voorkomen.
Het tij keerde pas in de latere eeuwen van het Romeinse Rijk, toen de territoriale expansie tot stilstand kwam en de constante aanvoer van nieuwe slaven opdroogde. De prijs van menselijke arbeid steeg hierdoor aanzienlijk, terwijl de bevolking gevoed moest blijven worden. Deze veranderende economische realiteit dwong de Romeinen om opnieuw naar hun eigen technologie te kijken. Plotseling werd de hoge initiële investering van een watermolencomplex, zoals het beroemde Barbegal in Zuid-Frankrijk, wél rendabel. De schaarste aan slaven dwong de maatschappij uiteindelijk tot de overgang naar waterkracht, een ontwikkeling die de basis zou leggen voor de molentechnologie in de Middeleeuwen.
Romeinse watermolens
In 2016 heeft Marco (M.M.C.) van Tiggelen een scriptie geschreven voor zijn studie aan de Radboud Universiteit. De scriptie “Romeinse watermolens: De techniek, de toepassing en het belang van watermolens in de late oudheid.” Beschrijft niet alleen de ontwikkeling en de opkomst van watermolens in de Romeinse tijd van circa 200 jaar voor tot circa 300 jaar na de jaartelling, maar ook met name de invloed van de slavernij hier in.
|
Marco van Tiggelen eindigt de conclusie van zijn scriptie als volgt:
|
Verantwoording:
Marco (M.M.C.) van Tiggelen – Radboud Universiteit
Download de scriptie Romeinse watermolens – Marco van Tiggelen – Radboud Universiteit
De watermolens van Barbegal
Het Romeinse watermolencomplex van het aquaduct en de watermolens van Barbegal, nabij Arles (het vroegere Arelate) in Zuid-Frankrijk, is een van de meest indrukwekkende staaltjes van Romeinse industriële techniek. Het staat bekend als de grootste concentratie van mechanische kracht in de antieke wereld die gebruikt werd voor de meelproductie. Maar ook hier moeten tal van slaven hebben gewerkt voor de aan en afvoer van graan, het onderhoud en tal van andere werkzaamheden.
Het complex, dat dateert uit de 2e eeuw na Christus (mogelijk de regeerperiode van Trajanus), bestaat uit twee hoofdcomponenten: het aquaduct dat het water aanvoerde, en de unieke cascade van watermolens.
Het is lastig om mooie en duidelijke overzichtsfoto’s deze site te vinden, en die er zijn, vallen onder copyright en kunnen niet zomaar gebruikt worden. Deze eerste afbeelding op deze pagina geeft een gestileerde weergave van hoe zestien watermolens in twee rijen cascade waren opgesteld. Via het aquaduct (niet weergegeven) werd het water van bovenaf aangevoerd en liep in goten langs de watermolens waardoor de waterraden in gang werden gezet.
Op deze Wikipedia pagina staan enkele foto’s van de huidige ruïnes.
Lees de pagina Romeins watercomplex Barbegal op deze website.
Verantwoording
Dit artiekel is gebaseerd op algemene kennis en openbare bronnen, die wij hebben getoetst op correctheid. We willen van onze artikelen geen wetenschappelijk verhaal maken. Wij schrijven voor een zo breed mogelijk publiek om deze kennis voor iedereen laagdrempelig beschikbaar te maken, ook voor de jeugd. Wij zijn geen wetenschappers, maar doen wel diepgravend onderzoek alvorens wij het publiceren.