1. Home
  2. >
  3. Graan malen in wind- en watermolens

Graan malen in wind- en watermolens

Het malen van koren is in de basis een proces van wrijving en pletten, waarbij de energie van de natuur, wind of water, wordt omgezet in een draaiende beweging. Hoewel de krachtbron verschilt, is het binnenwerk – het zogenaamde “gaande werk” – bij wind- en watermolens grotendeels vergelijkbaar.

Hier is een stap-voor-stap beschrijving van hoe een korrel graan verandert in meel.

De krachtbron: Energie opvangen

Het proces begint bij het opvangen van bewegingsenergie.

  • Bij een windmolen
    De wind blaast tegen de wieken. Om maximaal profijt te hebben, moet de molenaar de kap van de molen “kruien” (draaien) zodat de wieken recht in de wind staan. De wieken laten de bovenas draaien.
  • Bij een watermolen
    Het stromende (onderslagmolen) of vallende (bovenslagmolen) water raakt de schoepen van het waterrad. Dit laat de hoofdas draaien.
haaksbergsemolens.nl - Graan malen in windmolens en watermolens

Twee maalstoelen met daarin per maalstoel twee molenstenen (verborgen in de ronde houten bak); bovenop de maalstoel zit de trechtervormige kaar waarin de graankorrels gestort worden; het meel komt een verdieping lager (de meelzolder) en kan daar in zakken gedaan worden.

De overbrenging: Van horizontaal naar verticaal

De wieken of het waterrad draaien meestal om een horizontale as. De molenstenen liggen echter plat en draaien horizontaal. Er is dus een mechanisme nodig om de draairichting 90 graden te veranderen en de snelheid te verhogen.

  • Het Bovenwiel / Aswiel:
    Op de hoofdas zit een enorm houten wiel met tanden (kammen).
  • De Bonkelaar: Dit is een kleiner wiel dat haaks op het grote wiel staat. Het grijpt in de tanden van het bovenwiel en brengt de beweging over op de koningsspil. Dit is de dikke, centrale verticale as die dwars door de molen loopt.
  • Het Spoorwiel
    Onderaan de koningsspil zit vaak weer een groot wiel dat meerdere kleinere wielen (rondsels) aandrijft, zodat er met meerdere paren stenen tegelijk gemalen kan worden.

De Maalstoel: Het hart van de molen

Hier gebeurt het eigenlijke werk. Een koppel molenstenen bestaat uit twee zware stenen (vaak van lavabasalt of kunststeen):

  • De Ligger
    Dit is de onderste steen. Deze ligt muurvast en beweegt niet.
  • De Loper
    Dit is de bovenste steen. Deze draait vlak boven de ligger rond.

Het allerbelangrijkste voor de molenaar is de lichtwerk. Het mechanisme waarmee hij de loper een fractie van een millimeter omhoog of omlaag kan doen. Dit bepaalt hoe fijn het meel wordt. Staan de stenen te dicht op elkaar, dan verbrandt het meel. Staan ze te ver uit elkaar, dan wordt het graan niet gemalen.

De weg van het graan

Het malen zelf verloopt in een continue stroom:

  • Het Kaar
    De molenaar stort zakken graan in het ‘kaar’, een houten trechter boven de stenen.
  • De Schuddebak
    Onder het kaar hangt een bakje dat het graan in het gat van de bovenste steen laat vallen. Tegen dit bakje tikt een metalen of houten pen (de klepper) die meedraait met de steen. Dit zorgt voor het ritmische tik-tik-tik geluid van een molen. Door het trillen stroomt het graan gelijkmatig naar beneden.
  • Tussen de stenen
    Het graan valt in het “kroongat” (het midden) tussen de twee stenen. In de stenen zijn groeven gekapt, het zogenaamde scherpsel. Door de draaiende beweging (centrifugale kracht) wordt het graan vanuit het midden naar buiten gedreven.
  • Het malen
    Terwijl de korrel naar de buitenrand reist, werken de stenen als een schaar. De korrel wordt opengebroken, geplet en vermalen tot de buitenrand bereikt is.
  • De Meelpijp
    Het meel valt aan de zijkant van de stenen in de “kuip” (de houten omkasting) en wordt door een veger in het gat van de meelpijp geveegd, waarna het een verdieping lager in een zak valt.

Wat is ‘Billen’?

Korenmolens malen graan om er meel van te maken. Dat gebeurt met 2 molenstenen. Een stationaire en daarop een draaiende steen waartussen het graan gemalen wordt. Op die stenen zitten kerven die volgens een ingenieus patroon handmatig zijn ingehakt. Dat heet het ‘Scherpsel’. Het spreekt vanzelf dat het schepsel onderhavig zijn aan slijtage. De kerven moeten regelmatig worden bijgewerkt. Dat proces heet ‘Billen’ en gebeurt met een ‘Bilhamer’ en een ‘Billamp’. Maar als de stenen er erg slecht aan toe zijn dan moeten ze van volledig nieuw schepsel voorzien worden. Een mega klus voor de molenaar die hier maanden mee bezig is. Nog maar weinig molenaars beheersen deze techniek, maar meester molenaar Fred Prins heeft recentelijk dit proces volbracht voor Korenmolen Kijkduin in Schoorl. In de video laat hij zien hoe hij dit aanpakten.

Film in opdracht van:
Stichting Korenmolen Kijkduin te Schoorl

Muziek:
De Vier Jaargetijden Antonio Vivaldi